Linda Huijsmans Teksten

Schuttingtaal

Onbeschaamd staren

Veel mensen die in een oud huis wonen, vragen zich op zeker moment af wie hun voorgangers waren. Wie stak als eerste de sleutel in jouw slot? Wie keek door deze ramen naar buiten, zoals jij nu zo gedachteloos doet? En wat zagen ze daar?

Lees verder  -->

 

Jouw huis en jouw straat

 

 

Voor die laatste vraag zijn online beeldbanken als die van het Amsterdamse Stadsarchief een goudmijn. Daar kun je eindeloos rondstruinen door straten die je bekend voorkomen en tegelijkertijd totaal vreemd zijn. Zolang je wilt mag je onbeschaamd staren naar jouw huis en jouw straat. En soms kom je er mensen tegen die, terwijl ze gewillig poseren voor de fotograaf, op hun beurt nieuwsgierig terugkijken. Naar jou.

 

 

Het rulle zand

 

 

De leukste ontmoetingen vinden plaats op foto’s die je niet zoekt, maar per ongeluk vindt. Zoals deze uit 1922 van de splinternieuwe winkelgalerij aan wat nu de Vrijheidslaan heet en toen ‘de arcaden aan de Amstellaan’ werden genoemd. Links buiten beeld staat nu de wolkenkrabber, maar toen nog niet. Helemaal rechts rijdt net een trammetje de Rijnstraat in. De Amstellaan was toen de uiterste zuidgrens van Amsterdam. De kinderen op de voorgrond spelen in het rulle zand. Al die mensen die naar de fotograaf staren zijn hier pas komen wonen, de winkeltjes onder de galerij zijn splinternieuw.

‘Billijker dan elders’

 

Een groepje vrouwen met een schort staat met elkaar te praten. Een man met een strooien zomerhoed op zijn hoofd en een grote krant in zijn hand staat voor de sigarenwinkel van C.A. Geers en kijkt glimlachend op. Hij poseert en doet alsof dat niet zo is. Iets verderop staat een houten handkar voor een winkel die heerenmantelcostuumsstoomt; ‘billijker dan elders’. Een hond doet een plasje tegen een lantaarnpaal. Iedereen kijkt licht geamuseerd naar de fotograaf. Staat die daar te worstelen met zijn statief op die berg opgespoten zand? Roept hij aanwijzingen vanonder die zwarte doek? In elk geval heeft hij zijn werk goed gedaan. De foto van het nieuwe pand is superscherp. Tot op 3 hoog kunnen we nu nog onbeschaamd naar binnen kijken.

 

 

Model-wascherij

 

Het moet een warme dag geweest zijn. Overal staan ramen open. De jonge vrouw op het balkon op de eerste verdieping houdt haar hand boven haar ogen terwijl ze naar beneden kijkt. De meeste mensen zoeken beschutting in de koele schaduw van de galerij. Een meisje in een zomerjurkje hurkt naast de etalage van model-wascherij De Bijenkorf om het schoentje van haar kleine zusje dicht te maken. Alleen de drie kinderen op de voorgrond spelen in de volle middagzon. Het jongetje in het midden schopt het zand zo enthousiast omhoog dat hij onscherp op de foto staat. Het lijkt alsof hij met ontbloot bovenlijf aan het spelen is, alsof het 100 jaar later is en hij op een strand is.

 

Kut

 

Ik zoom verder in om het straatnaambordje om de hoek te kunnen lezen en dan zie ik het opeens. Op de pilaar op de hoek staat met witte letters heel groot ‘KUT’ geschreven en ik schiet in de lach. In mijn 21e-eeuwse ogen ziet dat er als moderne graffiti uit. Ik verwachtte het niet bij die oude mensen met hun gekke kleren, hun ontzag voor de fotograaf en hun langzame leven.

 

 

Een eeuwlang onherkenbaar

 

Dan zie ik ook een vage schim. Het lijkt een jongeman die net achter een pilaar verdwijnt. Te snel voor de fotograaf en daardoor al een eeuwlang onherkenbaar. Heeft hij net ‘Kut’ op de muur gekalkt? Is het een statement? Een opgestoken middelvinger naar de fotograaf die ongevraagd zijn wereld komt vastleggen? En via hem dus naar mij? Als dat zo is, heeft hij precies het tegenovergestelde bereikt. Dat woord smeedt juist een band tussen toen en nu.

Ik waande me een antropoloog op ontdekkingstocht in een heel andere wereld. Maar wat ik zie is niet eens zo heel anders dan wat ik ken. Deze mensen van lang geleden lijken meer op ons dan ik had verwacht.