Linda Huijsmans Teksten

Rotterdam Colony

The New Holland of the New World

Als aan het eind van weer zo’n zinderende dag de koele wind wat aantrekt, komen een voor een de golfkarretjes tevoorschijn. De Merced Golf & Country Club ligt in de vruchtbare vallei tussen de surfstranden van Californië en Yosemite National Park. Dit is het wijde westen van Amerika, dat nooit het wilde westen is geworden.

Precies hier, op de plek waar de golfer zijn tee plaatst en zich opmaakt voor zijn eerste slag van de dag, stond ooit een stadje dat alles mee had om uit te groeien tot het New Holland of the New World. Het heette Rotterdam.

Geen imbecielen en geen armoezaaiers

‘Weet u, deze groep immigranten is anders dan alle andere in de geschiedenis. De armste man die hiernaar toe gekomen is, verliet Rotterdam met 3000 dollar cash bij zich. Wij verblijven allemaal in eersteklas hutten en volgende week reizen we in een speciaal Pullman-treinstel door naar Californië. Er is niemand in onze groep die geen eersteklas burger is, wiens karakter niet boven iedere verdenking verheven is. Er zijn geen kreupelen, geen imbecielen en geen armoezaaiers onder ons.’

Dat vertelde Elbert van Baartens ‘from Rosterbeek’ aan een verslaggever in New York. Daar was de S.S. Spaarndam aangekomen met Hollanders uit Rotterdam, Amsterdam, The Hague, ‘Nymegau’ en ‘Araham’.

 

New Holland of the New World

Van Baartens kwam uit Oosterbeek, trouwens, maar dat deed er al niet meer toe. De krant was niet geïnteresseerd in waar deze mensen vandaan kwamen, maar waar ze naar toe gingen. Deze groep van 65 welgestelde Hollanders had in Californië een stuk grond gekocht, zo vruchtbaar, dat de olijven, perziken en ‘oranjeappelen’ er bijna vanzelf zouden groeien. Daar zouden ze het New Holland of the New Worldstichten en deze stad zou Rotterdam gaan heten. Of New-Rotterdam, daar waren ze nog niet helemaal over uit. Voorlopig noemden ze het Rotterdam-Colony. Hoe dan ook zou het de kern worden van een bloeiende nederzetting van Hollanders.

Wil je rijk worden, man, ga naar Californië dan!

In 1889 had de Holland California Land Company zijn vertegenwoordiger W.A. Nijgh naar Nederland gestuurd om kopers te vinden voor een stuk grond bij Merced. ‘The Company’ bezat daar een gebied van 4000 acres en verkocht dat in twintig percelen van 200 acres; ongeveer zestien voetbalvelden groot. De nieuwe eigenaar zou er een huis op aantreffen dat hij meteen kon betrekken, twee stuks vee om mee te beginnen, grond die klaar was voor gebruik en een school voor zijn kinderen. Ze betaalden 175 dollar, de laatkomers 200 dollar, per acre voor grond die ze nog nooit met eigen ogen gezien hadden.

Nijgh wist zijn toehoorders ervan te overtuigen dat na degoldrushde fruitrushnaar het Westen van Amerika ging beginnen. Het ‘Go West Young man!’ werd vervangen door een Hollands rijmpje: ‘Wil je rijk worden, man, ga naar Californië dan!’

Jonge mannen met enig fortuin

Nijgh wilde niet zomaar iedereen meenemen naar het beloofde land. Hij zocht ‘beslist geen proletariërs’, maar Nederlandse jonge mannen: ‘met enig fortuin, of met ouders die over enkele duizenden guldens konden beschikken’. Een krant in San Francisco noemde de nieuwkomers ‘a strikingly superior class’. Vandaar misschien dat zij zo groot durfden te dromen.

 

Met ongedekt hoofd en staande
Op 30 mei 1890, na een reis van bijna drie weken, kwam de groep op de plaats van bestemming aan. ‘Een zestal heren kwam ons verwelkomen en de locomotief werd versierd met de vlaggen van de Verenigde Staten en Nederland. Tegen 5 uur ’s middags kwamen wij in Merced aan. Alle bewoners waren uitgelopen en een muziekkorps speelde het geliefde ‘Wien Neêrlands bloed’ dat wij met ongedekt hoofd en staande meegezongen. Aan speeches ontbrak het natuurlijk niet, alleen de in Europa gebruikelijke feestwijn bleef achterwege. Hierna gebruikten wij in hotel ‘El Captain’ ons avondmaal en bleven daar logeren, om de volgende dag naar ons land te gaan.’

'View of five-year-old trees in Rotterdam Colony'
'View of five-year-old trees in Rotterdam Colony'

Dag in dag uit een blauwe hemel

Dan breekt voor de kolonisten eindelijk de laatste etappe aan. De verwachtingen zijn hooggespannen. ‘Onze nieuwe woonplaats New-Rotterdam ligt 40 minuten rijden van Merced en belooft de fraaiste Colony te zullen worden van geheel Californië en wel om de volgende redenen: Het klimaat is hier overheerlijk; veel had ik er mij van voorgesteld, de werkelijkheid heeft tot heden echter alles overtroffen. Dag in dag uit een blauwe hemel met heerlijke zonneschijn, die op het midden van de dag weliswaar zeer warm kan zijn, doch niet van dien aard is, dat men er last van heeft, een gevolg van den heerlijke frisse wind die steeds waait. Zelfs met die hitte kan men overdag buiten werken.’

Boarding-house

Maar bij aankomst wachtte een grote teleurstelling. ‘Er was nog geen paal de grond ingeslagen. In het voorjaar had het zwaar geregend, was het excuus, maar zonder deze zou men ook niet klaar geweest zijn om de eerste kolonisten naar behoren te ontvangen. Slechts twee huizen waren gereed, de overigen, waaronder drie families met kinderen, moesten voorlopig hun intrek in het boarding-house van de Company nemen.’

Ook de grond bleek allesbehalve klaar voor gebruik. Die was ‘een dorre vlakte. Met het afpalen der percelen was men nog bezig; van wegen was ook nog geen sprake.’

 

Fysiek ongeschikt

Met moed en gespekte beurzen ging men aan de slag maar, zoals een bezorgde buurtbewoner later verklaarde: ‘De meesten hadden nimmer een ploeg gezien, laat staan gestuurd, en nooit met een spade gewerkt. Ze huurden werkvolk in voor 1,80 tot 2 dollar per dag. Het waren geen mensen die zelf de handen uit de mouwen wilden steken, al was het maar om werkloon uit te sparen. Terwijl alleen eigen ervaring helpt om alle details van het werk te leren kennen en het werk van ondergeschikten te kunnen leiden en beoordelen. Erzijn hier personen gekomen die fysiek ongeschikt zijn voor het werk. Er zijn er die de ambitie in het nieuwgekozen vak missen.’

'Colonists on their way to California with well-lined pockets'
'Colonists on their way to California with well-lined pockets'

Het artikel dienstboden

Een deelnemer aan de expeditie van deze wealthy colonists was inmiddels teruggereisd naar Nederland. De heer Verwey Mejan wilde de verslaggever wel vertellen hoe het er nu echt aan toe ging in New-Rotterdam. Hij gaf een paar welgemeende adviezen:

‘Voor hen die hier op een inkomen van circa 2000 gulden per jaar kunnen rekenen, is het dwaasheid aan emigratie te denken, evenals voor hen wier meisjes of vrouwen niet gewend zijn aan handenarbeid. Men bedenke, dat het artikel dienstboden er niet bekend is en dat derhalve al het huiswerk door de vrouw des huizes verricht moet worden. Men moet met de Hollandsche gewoonten breken. Zelf den stal uitmesten, de koe melken enz. behoren tot de gewone bezigheden.’

 

Een store (‘winkel’)

Ook in de verslagen die de kolonisten zelf naar de kranten sturen, begint de deceptie door te sijpelen, al proberen ze dat aanvankelijk nog manmoedig te verbergen: ‘Sinds ik het laatst iets van me liet horen, is de kolonie met zes huizen vermeerderd, zodat er zich thans 19 woningen bevinden. Bovendien bouwde de Company een store (winkel) en twee nieuwe stallen voor paarden en muilezels, waarvan er nu 260 aanwezig zijn. Het schoolgebouw, dat enige weken geleden ingewijd is, bevindt zich helaas 15 minuten rijden van de dichtstbij wonende kolonist. In de winter, wanneer de wegen nagenoeg onbegaanbaar zullen zijn, dus een groot bezwaar. Voorlopig is van de wording van dat stadje nog niets te bespeuren.’

 

Gentlemen farmers

Vijf jaar later groeit er nog steeds bar weinig in de Rotterdam-Colony. De bewonderende toon van de lokale krant heeft plaatsgemaakt voor minachting: ‘De Hollandse gentlemen farmers hadden verwacht dat ze vanaf hun koele veranda toezicht konden houden, terwijl anderen in de brandende zon het harde werk voor hen deden.’

 

Dode bomen

Intussen wordt duidelijk dat de nieuwe avonturiers met verkeerde verwachtingen naar Rotterdam-Colony gelokt zijn. ‘Men had hen fabelachtige prijzen laten betalen voor vervoer, jonge bomen, aanplant, toestellen, woningen enz. Bovendien was de grond absoluut ongeschikt voor de fruitteelt. De bovengrond was vermengd met stenen en er lag een dikke, harde, steenachtige laag, de hard-pan, onder, waar door het water bij geen mogelijkheid kon dringen.’

Een voor een geven de pioniers het op. Enige duizenden dode bomen wijzen de plaats aan, waar de Hollanders zo meedogenloos zijn geplukt. De grond gaat ‘voor een schuifje’ over in Yankee-handen. Een van hen kreeg voor zijn land, dat hij voor 5000 dollar had gekocht, nog 300 dollar. Met veel moeite slaagde hij erin bediende te worden in een hotel in San Francisco, tegen 15 dollar per maand. ‘En hij is er beter aan toe dan de meesten van zijn landgenoten.’

De Rotterdam School stond er van 1901 tot 1938
De Rotterdam School stond er van 1901 tot 1938

32 muilezels
‘Toen ik dat rampzalige oord verliet, waren alle gebouwen nog aanwezig; het grote, twee verdiepingen hoge hotel Rotterdam, waar op 30emei 1890 de Nederlandse driekleur bij onze aankomst zo dapper wapperde en waar ons in de grote eetzaal een stevig Amerikaans maal wachtte; het bestuurshuisje; grote stallen voor enige honderden muilezels en paarden; een werk- en slachthuis, een winkel en nog een paar kleine gebouwtjes. Van dat alles is thans niets meer te vinden. The Company heeft alles weg doen halen om het elders voor andere doeleinden weer op te zetten. Sommige van de kleine gebouwtjes zijn in hun geheel vervoerd op platte, door 32 muilezels getrokken wagens, terwijl het grote hotel en enige der overige gebouwen in stukken overgebracht zijn.’

 

Rotterdam School

In 1895 was de laatste Hollander vertrokken. De beste stukken van het land werden bewerkt door boeren met verstand van zaken. De rest bleef ongebruikt liggen. In 1922 werd de Merced Golf & Country Club opgericht, de golfcourse beslaat ongeveer de helft van de 4000 acres waar het New Holland of the New World had moeten verrijzen. Een verlaten Rotterdamse woning heeft nog jarenlang als clubhuis dienstgedaan.

De school bleef nog ruim twintig jaar in gebruik bij de boerenkinderen uit de wijde omgeving. Hij stond schuin tegenover het enige huis dat vandaag nog overeind straat, aan G-Street, net voor de afslag naar de Golfclub. Er wonen nu andere mensen in; Amerikanen, die nog nooit van Rotterdam hebben gehoord.

 

De zon begint te zakken. De koele wind brengt de temperatuur snel naar een aangenaam niveau. De golfer concentreert zich en kijkt nog een keer naar de hole in de verte. Hij schat de afstand en bepaalt de hoek. Dan zwaait hij zijn club naar achteren en slaat af.  

 

 

 

*Met dank aan ‘De wereld van Peter Stuyvesant’ van Lucas Ligtenberg en ‘Ghost towns of Merced’ van Herb Wood. De citaten zijn afkomstig uit Nederlandse en Amerikaanse kranten en zijn hertaald naar modern(er) Nederlands.

 

Het huis aan 5290 G Street, Merced. Gebouwd door H. van Coenen Torchiana, de officieuze burgemeester van Rotterdam-Colony. Na het debacle werd hij rechter en consul in San Francisco
Het huis aan 5290 G Street, Merced. Gebouwd door H. van Coenen Torchiana, de officieuze burgemeester van Rotterdam-Colony. Na het debacle werd hij rechter en consul in San Francisco